NL | FR

 Beleggen: de belangrijkste begrippen op een rij



Beleggen: de belangrijkste begrippen uitgelegd

Voor nieuwe beleggers die niet weten wat managementfees en trackers zijn, of die mee druk willen doen over equity: een verklarende woordenlijst met de belangrijkste termen. In alfabetische volgorde.

Aandelen
Een aandeel is een eigendomsbewijs: je wordt voor een deel mede-eigenaar van een bedrijf. Aandelen zijn verhandelbaar op de beurs.

Beheervergoeding
De vaste kosten die je aan je bank of broker betaalt voor het beheren van je beleggingen. Meestal een jaarlijks percentage van je belegde vermogen, bijvoorbeeld 1%. Een andere term is managementfee. Elke bank kiest zijn eigen benaming.

Belegging
Je zou kunnen zeggen dat het een soort spaarrekening is, alleen zit je geld bijvoorbeeld in vastgoed, in obligaties of in aandelen. De belegging bezit je tijdelijk, je verkoopt ze ooit weer. Liefst op een moment dat je bezit meer waard is.

Beleggingsfonds
Een verzameling aandelen of obligaties die door een specialist wordt samengesteld. Deze fondsbeheerder zorgt voor spreiding: aandelen die het slecht doen hebben dan weinig of geen impact op het hele fonds. Een fonds kan worden beperkt tot een thema (duurzaam), een land of regio of één soort beleggingsinstrument (aandelen). Ook al neem je deel in het fonds, je wordt geen eigenaar van de effecten.

Beleggingsportefeuille
Jouw verzameling effecten, fondsen en andere beleggingen bij één bank.

Beurs
De plaats waar aandelen en obligaties worden verhandeld. Er zijn tientallen beurzen verspreid over de hele wereld. Alleen banken en brokers hebben direct toegang, zij handelen daar namens jou.

Broker
Ook ‘makelaar’. Het is de installing beleggingsinstelling die in jouw naam een beleggingsrekening opent en die je via een handelsplatform indirect toegang geeft tot de beurs.

CFD
Contract For Difference. Dit is een beleggingsinstrument waarmee je gokt of de koers van een aandeel zal stijgen of dalen. Vanwege het hoge risico mag er geen reclame voor worden gemaakt.

Crowdfunding
Startende bedrijven halen geld op bij particuliere beleggers die bereid zijn om te investeren, in ruil voor een afgesproken rente. Dat alles gaat via online marktplaatsen (platforms), niet via de bank of beurs.

Derivaten
Beleggingsinstrumenten die zijn afgeleid van gewone aandelen en obligaties. Een optie is bijvoorbeeld een derivaat, je koopt een recht om een aandeel op een later tijdstip aan te kopen.

Dividend
De winstuitkering die aandeelhouders krijgen van bedrijven.

Duurzaam beleggen
Een bank of vermogensbeheerder zorgt ervoor dat ingelegd geld niet terechtkomt bij bedrijven en landen die een gevaar opleveren voor een leefbare toekomst of die niet ethisch handelen. Je belegt bijvoorbeeld niet in de wapenindustrie, in foute regimes of in bedrijven die geen klimaatdoelen nastreven. Duurzaam beleggen kan ook betekenen dat je gericht investeert in groene projecten.

Effecten
De verzamelnaam voor financiële producten op de beurs: aandelen, obligaties, opties, futures enzovoort.

ETF
Exchange-traded fund. Een soort beleggingsfonds waarin dezelfde aandelen zijn opgenomen als in een beursindex. De waardeontwikkeling van een ETF loopt dus parallel met de graadmeter van de beurs. Andere woorden voor ETF zijn indexfonds, indextracker en tracker.

Equity
Aandelen.

Euronext
De samenwerkende beurzen van Amsterdam, Brussel en Parijs.

Execution-only
‘We (ver)kopen alleen wat jij vraagt’. Je bent zelf verantwoordelijk voor het resultaat en krijgt geen beleggingsadvies. Je moet zelf informatie inwinnen en besluiten nemen.

Fondsbeheerder
De persoon of instelling die een beleggingsfonds samenstelt en actief beheert. Die beheerder rekent fondsbeheerkosten.

Fondsbeheerkosten
De fondsbeheerder moet betaald worden voor zijn werk. Hij rekent je jaarlijks een vast percentage van je belegde vermogen aan. Dit verschilt per fonds en kan liggen tussen grofweg 0,35% en 2,5%.

Futures
Een afgeleid product (derivaat) waarbij je jezelf verplicht om een belegging op een afgesproken moment in de toekomst te kopen of verkopen, tegen een vooraf vastgestelde koers. Je kunt er niet van afzien, zoals bij een optie wel mogelijk is.

Handelsplatform
De software die je van je broker krijgt om aandelen te zoeken en te selecteren op verschillende beurzen.

Indexfonds
Een beleggingsfonds dat precies zo is samengesteld als de index van een bepaalde beurs. Een andere naam is ETF of indextracker. Zie ETF.

Instapkosten
De eenmalige startkosten die je maakt als je wilt deelnemen aan een beleggingsfonds.

Laten beleggen
Je koopt zelf geen aandelen en fondsen; dat laat je over aan een beleggingsinstelling. Die doet dat geautomatiseerd. Je hoeft alleen te bepalen hoeveel geld je wilt inleggen en welk risico je kunt nemen. Inleggen kan eenmalig én periodiek.

Liquiditeiten
Beleggingen die meteen en zonder kosten kunnen worden omgezet in geld, deposito’s bijvoorbeeld.

Managementfee
De vaste kosten voor het beheren van je beleggingen. Zie beheervergoeding.

Obligaties
Een omgekeerde lening. Je leent geld voor een bepaalde periode aan een bedrijf of land en dat krijg je terug met rente. De obligatie is het schuldbewijs. Obligaties zijn net als aandelen verhandelbaar op de beurs.

Online beleggen
Je regelt alles via internet, je hoeft niet naar een bank. Van het openen van de beleggingsrekening tot het kopen en verkopen van aandelen, alles gaat online.

Opties
Een financieel product waarmee je een aandeel kunt (ver)kopen op een later tijdstip tegen een eerder afgesproken koers. Het aandeel kopen doe je alleen als de koers gunstig is voor jou, anders niet. Een calloptie geeft het recht om te kopen, een putoptie om te verkopen.

Realtimekoersen
In het handelsplatform van een broker zie je wat een aandeel waard is op het moment dat je de webpagina opent. Er zijn ook streaming koersen. Die zijn nog actueler en geven continu de nieuwste koers weer.

Rendement
De winst of verlies die je maakt met je beleggingen. Rendement wordt uitgedrukt in een percentage over de waarde van je beleggingen, meestal per jaar of over een aantal jaren.

Risicoprofiel
Als je laat beleggen moet de beleggingstelling jou vragen welk risico je bereid bent te lopen. Meestal kun je kiezen uit een beperkt aantal profielen. Bijvoorbeeld defensief (heel voorzichtig), neutraal of avontuurlijk (met veel risico).

Tracker
Een ander woord voor ETF of indextracker. Een relatief goedkoop beleggingsfonds dat een beursindex nabootst.

Transactiekosten
De eenmalige kosten die de bemiddelaar (broker) aanrekent als je aandelen (ver)koopt.

Uitstapkosten
De eenmalige verkoopkosten die je maakt als je wilt stoppen met een beleggingsfonds.

Valuta
Een vreemde munt waarin je kunt beleggen. De munt kan later meer of minder waard zijn.

Vermogensbeheer
Je laat je vermogen of een deel daarvan beleggen door een specialist. Meestal kan dat pas vanaf een bepaald bedrag: 10.000 euro bijvoorbeeld. Er zijn er ook die het niet voor minder dan 80.000 euro of 250.000 euro doen. Het doel is om je vermogen te beschermen, te laten groeien of om er inkomen uit te halen.